Hoe ik via een mokerslag en een miskleun stemcoach werd..
21 december 2020 

Hoe ik via een mokerslag en een miskleun stemcoach werd..

“Er is nóg iets”, zei de vrouw in de witte jas. Ze keek ons aan óver haar leesbril, als een ouderwetse schooljuf. We voelden een gigantische dreun aankomen, die ene die altijd onbesproken was gebleven. Om elkaar te sparen, waarschijnlijk.

Buiten gilde de sirene van een ambulance. In een poging onze situatie te relativeren, dwong ik mezelf te geloven dat degene die daarin lag, het veel slechter had getroffen dan wij.

Onze zoon Syb was net 3 en heel anders dan zijn leeftijdgenootjes. Anders ook dan zijn zus Guusje op die leeftijd was. Hij praatte nog steeds nauwelijks, reageerde niet op zijn naam, vertoonde atypisch spel (niet met een autootje rijden, maar met zijn vingertje het linker voorwiel laten draaien en dit van heeeel dichtbij bekijken), kon zich vollédig verliezen in de magie van lichtknopjes (aan-uit) en deuren (open-dicht), en rende altijd weg zodra we zijn handje loslieten. Weg als in ‘weg', richtingloos weg, ook als er een auto aankwam. 

Om maar eens een paar merkwaardige gedragingen te noemen.

Barbara de Bruyckere - Over mij

Dus dat uit alle onderzoeken van de voorbije weken bleek dat hij klassiek autistisch was, verraste ons niet. We hadden dat ‘label' ook nodig om passende hulp te kunnen inschakelen. Vervolgens, zo dachten wij pragmatisch (noem het gerust: naïef), was het een kwestie van de juiste ‘ingangen' vinden om hem alsnog te leren praten, ‘normaal' te leren spelen en ga zo maar door. Een autistisch brein werkt anders, maar niet per se minder goed. En hij was nog zo jong. Er waren best nog mogelijkheden, nietwaar?

Nee, niet waar. 

En ook dát wisten we eigenlijk al. Maar ja, gun iemand z'n proces.

De witte jas deed haar bril af, schoof een map terzijde en trok een ernstig gezicht. Want er was dus nóg iets. 

“Uw zoon”, zei ze, “heeft ook een ontwikkelingsachterstand.”

Even, heeeel even, leek het mee te vallen. Want ja, een achterstand kun je inlopen, toch? Zoals een 0-1 op het scorebord, die je in de dying seconds van een voetbalwedstrijd met een ferme pegel in de kruising ongedaan maakt. Maar Andries, mijn man, was scherper dan ik: “U bedoelt dat-ie verstandelijk gehandicapt is?” De witte jas aarzelde. “Wij noemen dat een ontwikkelingsachterstand”, zei ze.

Ergerlijk eufemisme.

Wij noemen beestjes liever bij de naam. Of kijken ze in de bek.

Natuurlijk had ik een tissue-moment. Daarna liepen we zwijgend naar de auto. Toen we de parkeergarage uitreden, doorbrak Andries de stilte. “Eigenlijk is er niet zo veel veranderd”, zei hij. Dat leek een geforceerde poging om onze ruggen recht en onze geesten flexibel te houden. Toch zat er veel waarheid in. Syb zat op de achterbank gewoon zijn vrolijke zelf te zijn, onaangedaan door de mokerslagdiagnose van zojuist. Hij was nog steeds wie hij was. “Het verschil is dat we nu officieel weten wat er met hem aan de hand is. En waarom het zo ingewikkeld is om er iets aan te doen.”

Barbara de Bruyckere - Over mij


Hier was het tegeltje in de maak waar Andries later patent op kreeg. Een Cruijffiaanse wijsheid, vermomd als dooddoener: “Je doet er alles aan, maar je doet er niets aan.”

En dóór, dan maar? Jazeker. En dóór!

Maar hoe? Met je rug tegen de muur kun je twee dingen doen: je langzaam in elkaar laten drukken, óf je er keihard tegen afzetten voor een spetterend keerpunt.

Ik koos voor de Ranomi-optie: het keerpunt. Dit was hét moment om weer iets te gaan doen met de dingen waar ik écht warm van werd.

Wég van die kantoorbaan. Terug naar wat ik ooit deed en waar ik altijd naar was blijven verlangen: iets met radio maken of werken in de theaterwereld. Maar ja, hoe dan? En vooral: hoe kon ik dat combineren met de zorg voor een kind als Syb? Want één ding stond vast: wat voor werk ik ook ging doen, het moest grotendeels aan huis kunnen. Een verstandelijk gehandicapt kind verdraagt zich niet met te veel uithuizigheid.

De combinatie die ik zocht, vond ik in voice-overwerk. Daarin komen het intieme van de radiostudio en het expressieve van het podium helemaal samen. En het kan voor een groot deel thuis, in mijn eigen studio.

Waarin mijn stem zoal te horen is? In tv- en radiocommercials, instore aanbiedingen, jingles, bedrijfsfilms, audiotours, explanimations, e-learnings en nog veel meer. Niet in luisterboeken. Vaak voor gevraagd. Nooit gedaan. Te saai.

Van voice-overwerk naar stemcoaching lijkt een logische stap. Toch zag ik ‘m zelf niet aankomen. Ik wilde iets met pódcasts doen. Om daar alles over te ontdekken, begon ik een Facebookgroep voor podcastmakers om kennis te delen en elkaar te inspireren. Regelmatig postten leden vragen over … stemgebruik. Zoals hoe je voorkomt dat je hees wordt, wat je moet doen tegen die onsmakelijke smakjes en hoe je je verhaal boeiend houdt. Hoe je, met andere woorden, de luisteraar met je stem raakt.

Dat zette mij aan het denken.

Als voice-over maak ik namelijk al jaren studie van stemgebruik. Om steeds beter te worden natuurlijk. Maar ook om nooit meer de afgang mee te maken die ik als beginner meemaakte. 

Een groot pensioenfonds had mijn stem uitgekozen voor het inspreken van zijn nieuwste campagne. Dat zou gebeuren in een gerenommeerde studio. Een droomkans, maar het werd een drama. Behalve de geluidstechnicus van de studio zelf waren zo'n beetje de hele marketingafdeling en de halve directie van het pensioenfonds aanwezig. Wat voor hén een uitje was, werd bijna míjn exit. Uit de voice-overwereld, bedoel ik. Onder de druk van zo veel meekijkende ogen en meeluisterende oren bakte ik er he-le-maal niks van. Ik legde accenten verkeerd, klonk te eentonig, gaf soms juist te veel energie en begon tot overmaat van ramp na de zoveelste retake hees te worden. Met klotsende oksels en happend naar lucht verliet ik het pand. En ik besloot: Dit! Moet! Anders!

Ik ging in de leer bij ervaren voice-overs. Ik verfijnde mijn techniek met logopedie. Ik verslond boeken over stemgebruik. En ik liet én laat me trainen en coachen door de beste stemcoaches van Amerika: Tracy Goodwin, Per Bristow en Roger Love. Gecombineerd met inmiddels vele jaren praktijkervaring heb ik aan dit alles een schat aan kennis te danken.

Dus toen die vragen over stemgebruik in mijn Facebookgroep werden gesteld, ging ik nadenken. En ik besloot: ik ga die kennis niet voor mezelf houden, ik ga er anderen mee helpen. Hoe gaaf is dat? 

Inmiddels werk ik volgens mijn eigen, unieke benadering: de Triple-T toolbox. Dankzij de eenvoudige tools en verrassende inzichten van mijn benadering ga je in je stemgebruik spelen met techniek, toon en tekst (Triple-T) en bevrijd je jezelf van de angst om te spreken. Zodat je mensen boeit, verbindt, fascineert en verrast. Niet tégen hen praat maar mét hen. Ze echt ráákt. Zonder heesheid en andere stemproblemen. In podcasts, video's, webinars, lives en online meetings, maar ook op het podium, in de collegezaal, in de boardroom of als je een groep rondleidt.

Barbara de Bruyckere
stemcoach, voice-over, podcastmaker

Barbara de Bruyckere - Over mij

Foto's door Sanne Donders

 

Over de schrijver
Mensen in hun kracht zetten, met de stem als ingang en uitkomst. Dat is wat ik als stempowercoach doe. Als je met mij werkt, onderga je via je stem een transformatie. Een van de T's in mijn gepatenteerde benadering van stemcoaching (Triple-T Toolbox®) staat dan ook voor dat begrip: Transformatie. De andere twee voor Techniek en Toon. Vanuit wie jij echt bent, dus vrij van de remmingen en drijfveren die je in de weg zitten en in je stem doorklinken, laat ik je de toon vinden waarmee jij wél resultaten boekt. Eenvoudige stemtechnieken helpen je daarbij. Mijn aanpak is los en ongedwongen. Dus geen tissues over issues of sessies op de sofa, maar fun en verwondering. De resultaten zijn verbluffend. Tot maar liefst een verdubbeling van de conversie uit salesvideo’s en webinars. Mijn motto is niet voor niets: klink anders, verdien beter.
Reactie plaatsen

arrow_drop_up arrow_drop_down